CJEU (zaaknr. C-529/11: Alarape en Tijani: derdelander ouder schoolgaand kind: (duurzaam) verblijfsrecht)

Authors
Publication date 2014
Journal Rechtspraak Vreemdelingenrecht
Article number 28
Volume | Issue number 2013
Organisations
  • Faculty of Law (FdR) - Amsterdam Center for European Law and Governance (ACELG)
Abstract
De ouder van een meerderjarig geworden kind dat toegang tot het onderwijs had gekregen krachtens artikel 12 van verordening (EEG) nr. 1612/68 kan krachtens dat artikel een afgeleid verblijfsrecht blijven genieten indien het kind de aanwezigheid en de zorg van die ouder nodig blijft hebben om zijn opleiding te kunnen voortzetten en voltooien. Het staat aan de verwijzende rechter om dit, rekening gehouden met alle omstandigheden van de bij hem aanhangige zaak, te beoordelen.
De perioden van verblijf in een gastland die door familieleden van een burger van de Unie die niet de
nationaliteit van een lidstaat hebben, louter krachtens artikel 12 van verordening nr.1612/68, zoals gewijzigd bij richtlijn 2004/38, zijn vervuld, zonder dat aan de voorwaarden voor een verblijfsrecht krachtens die richtlijn was voldaan, kunnen niet in aanmerking worden genomen voor de verwerving van het duurzaam verblijfsrecht in de zin van die richtlijn door die familieleden.
Document type Case note
Language Dutch
Published at http://www.arsaequi.nl/rv-artikel/14747/Rechtspraak_Vreemdelingenrecht_2013_nr._28.html
Permalink to this page
Back