Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Verdeling gemeenschap van goederen, Opzettelijk verzwijgen/zoekmaken/verborgen houden van vermogensbestanddelen, Zwart geld verbeurd aan de andere deelgenoot, Benadeling gemeenschap)

Authors
Publication date 2009
Journal Jurisprudentie personen- en familierecht
Article number 90
Volume | Issue number 2009 | 5
Pages (from-to) 401-402
Organisations
  • Faculty of Law (FdR)
Abstract
Partijen zijn in algehele gemeenschap van goederen gehuwd geweest tot 1999. Anderhalf jaar daarvoor was de feitelijke samenwoning reeds geƫindigd. De vrouw had toen de voormalige echtelijke woning verlaten. In geschil is thans de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap. Partijen hebben daar zeer verschillende opvattingen over.

Ten eerste gaat het over de verdeling van de inboedel. Daar hadden partijen een afspraak over gemaakt en de vrouw kan zich thans er niet op beroepen dat deze verdeling alleen de feitelijke verdeling zou betreffen maar niet de waarde van de goederen, zodat alsnog een waardeverrekening zou moeten plaatsvinden, nu zij dienaangaande niets heeft gesteld of bewezen.

De auto, die de man in gebruik heeft, wordt verdeeld naar de waarde op het moment van de feitelijke verdeling.

Ten aanzien van de onroerende zaken kunnen partijen zich niet verenigen met de peildatum die de rechtbank heeft gehanteerd. Het hof ziet zich geconfronteerd met zeer uiteenlopende taxaties. Het hof benoemt een deskundige die nader omschreven vragen moet beantwoorden. In de taxatie dient tevens het effect van de verontreiniging van de grond te worden verdisconteerd.

De man dient de vrouw een gebruiksvergoeding van 4% te betalen over de periode dat hij alleen het gebruik had van de voormalige echtelijke woning. Dat beide partijen profiteren van de waardestijging in die periode, doet daar niet aan af.

Tevens hadden partijen "zwart geld" geparkeerd op buitenlandse bankrekeningen. De man heeft dienaangaande in 2006 gebruik gemaakt van de inkeerrekening van de fiscus. Toen partijen nog bij elkaar waren, zijn grote bedragen van die bankrekeningen opgenomen. De periode daarna, blijft duister. De man ontkende dat er nog andere bedragen waren gestald, terwijl de belastingdienst hem al van dit bestaan op de hoogte had gebracht. De vrouw stelt dat de man op grond van art. 3:194 BW (verzwijging van gemeenschappelijk vermogen) deze bedragen heeft verbeurd.

Het hof oordeelt dat de kennis van de vrouw omtrent het bestaan van de buitenlandse tegoeden niet relevant is. Het gaat om de handelswijze van de man. Dat hij eerst die tegoeden heeft verzwegen, wordt niet weggenomen door het feit dat hij later tot inkeer is gekomen. Het hof volgt de vrouw in haar stelling en wijst de bedragen geheel aan de vrouw toe. De navorderingsaanslag van de fiscus moet dan wel voor haar rekening komen, zodat de daarop betaalde bedragen op de vordering in mindering worden gebracht.
Document type Case note
Note Datum uitspraak nr. 90: 24-3-2009 inzake: verdeling gemeenschap, verbeurd verklaren verbogen gehouden goederen
Published at http://opmaatnieuw.sdu.nl/link/JUR/JPF/2009/90
Permalink to this page
Back