Het Gerecht van Eerste Aanleg en voortschrijdend inzicht in GE/Honeywell
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2006 |
| Journal | Markt en Mededinging |
| Volume | Issue number | 9 | 2 |
| Pages (from-to) | 55-59 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Met de uitspraak van het Gerecht van Eerste Aanleg (GvEA) van 14 december 2005 in GE/Honeywell sloot de derde akte in een boeiend internationaal drama. Het Gerecht stelde vast dat de Europese Commissie zich in haar beschikking van 3 juli 2001 om de voorgenomen fusie tussen Honeywell International Inc. en General Electric Company niet toe te staan op cruciale onderdelen baseerde op ‘manifeste beoordelingsfouten’. Toch wees het GvEA de beroepen af. Het stuk begon in het najaar van 2000, toen Jack Welch, de toenmalige CEO van GE, Honeywell te elfder ure voor de neus van UTC kon wegkopen met een bod ter waarde van ruwweg 45 miljard dollar in GE-aandelen. In een gezamenlijke persconferentie kondigden GE en Honeywell op 22 oktober van dat jaar aan te willen fuseren. Na een onderzoek van ruim zes maanden concludeerde begin mei 2001 de Antitrust Division van het Amerikaanse Department of Justice (DoJ) dat onder zeer beperkte afstotingscondities de acquisitie zonder problemen voor het concurrentieproces doorgang kon vinden. In de tweede akte ontwikkelde het stuk zich tot een heus drama, toen de Commissie twee maanden daarna op basis van eigen onderzoek en remedieonderhandelingen - die GE niet erg serieus leek te nemen - besloot de fusie te blokkeren. En nu dan dus de voorlopig laatste akte met de opmerkelijke uitspraak
|
| Document type | Article |
| Language | Dutch |
| Published at | http://www.bjutijdschriften.nl/tijdschrift/marktenmededinging/2006/2/MenM_2006_010_002_005.pdf |
| Permalink to this page | |