HR (nr. 43619)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2009 |
| Journal | BNB : Beslissingen in Belastingzaken |
| Article number | 228 |
| Volume | Issue number | 2009 | 19 |
| Pages (from-to) | 3697-3753 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Belanghebbende is (middellijk) houdster van een aantal (klein)dochtervennootschappen waarmee zij een fiscale eenheid vormt. In 1999 ontving zij dividenden, interest en royalty’s van buitenlandse deelnemingen, waarvan sommige waren gevestigd in de EG of de EER, andere in landen waarmee de EG associatieovereenkomsten heeft gesloten, en weer andere in overige derde landen. Op de ontvangen dividenden is de deelnemingsvrijstelling van toepassing. Belanghebbende meent dat zij voor de dividenden, interest en royalty’s (broninkomsten) recht heeft op verrekening van bronbelasting naar de tarieven van het belastingverdrag Nederland-Brazilië . Subsidiair maakt zij aanspraak op verrekening van bronbelasting voor broninkomsten uit EG-lidstaten naar het tarief van het belastingverdrag Nederland-Griekenland.
HR: De verdragen met Brazilië en Griekenland hebben een beperkte werkingssfeer, ook wat betreft de kapitaalstromen die door die verdragen worden bestreken. Het is niet aan redelijke twijfel onderhevig dat indien een verschillende behandeling van buitenlandse broninkomsten is toe te schrijven aan een belastingverdrag, en derhalve niet aan een zelfstandig door een lidstaat tot stand gebrachte regeling, de beperkte reikwijdte van het belastingverdrag een relevante onderscheidende factor is, welke eraan in de weg staat de gevallen die wel en die niet door het verdrag worden bestreken, op één lijn te stellen. Voorts betoogt belanghebbende dat het haar gelet op art. 56 EG (vrijheid van kapitaalverkeer) moet worden toegestaan om de op de broninkomsten ingehouden bronbelasting (volledig) te verrekenen met de door haar verschuldigde vennootschapsbelasting, aangezien een dergelijke verrekening/teruggaaf wel geschiedt indien het binnenlandse dividenden betreft. HR: De door belanghebbende verlangde verrekening of teruggaaf zou ertoe leiden dat Nederland vanwege het in het buitenland zijn ingehouden van bronbelasting op de dividenden een deel zou moeten prijsgeven van zijn belastingopbrengsten over inkomsten die niet in enig verband staan met de buitenlandse dividenden of met de activiteiten die hebben geleid tot de winst waaruit die dividenden zijn geput. Uit het arrest HvJ EG, BNB 2007/130c* (Test Claimants in the FII Group Litigation) valt de bevestiging te putten dat het EG-Verdrag niet ertoe verplicht dat een lidstaat een dergelijk gevolg aanvaardt. Het incidentele beroep in cassatie van de Minister houdt in dat waar art. 43 EG (vrijheid van vestiging) van toepassing is, niet wordt toegekomen aan art. 56 EG. HR: Dit beroep behoeft geen behandeling, nu het niet strekt tot verkrijging van een voor de Minister gunstiger resultaat dan reeds uit ’s Hofs uitspraak voortvloeit. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://www.kluwer.nl/deeplink/resolver.jsp?id=00065C8DB |
| Permalink to this page | |