Inplementatie en effecten van Voor- en Vroegschoolse Educatie in Rotterdam. Samenvatting

Authors
Publication date 2008
ISBN
  • 9789068138603
Series SCO-rapport, 803
Number of pages 22
Publisher Amsterdam: SCO-Kohnstamm Instituut
Organisations
  • Related parties - The Kohnstamm Instituut
Abstract
Uit dit onderzoek naar de implementatie en effecten van voor- en vroegschoolse educatie
in Rotterdam blijkt onder meer dat de vier onderzochte vve-programma’s,
Kaleidoscoop, Piramide, Ko-totaal en Startblokken-Basisontwikkeling op veel punten
redelijk worden uitgevoerd. Een punt van zorg is de dubbele bezetting. Sinds 2006
krijgen de gemeenten uitsluitend subsidie voor vve in de peuterspeelzalen en de kinderopvang.
Omdat de dubbele bezetting voorwaarde is voor subsidie, wordt deze op
de peuterspeelzalen doorgaans wel gerealiseerd. Op de basisscholen is de situatie
sinds 2006 anders. Zij krijgen van het rijk een vergoeding voor vve op basis van de
gewichtenregeling. In de praktijk betekent dit dat de dubbele bezetting in de kleutergroepen
van de basisscholen moet concurreren met andere prioriteiten en minder
makkelijk wordt gerealiseerd. Dat maakt dat de dubbele bezetting in de kleutergroepen
soms nogal eens te wensen overlaat. In elk geval uiten de onderzochte scholen
hierover hun zorg voor de naaste toekomst. Verder worden niet alle programmaonderdelen
uitgevoerd zoals bedoeld. Een onderdeel dat minder goed wordt uitgevoerd
is het ontwikkelingsvolgsysteem dat bij de programma’s hoort. In de praktijk passen
leidsters en leerkrachten het aan of voeren het beperkt uit.
Duidelijke effecten toont het effectonderzoek (nog) niet aan. Alleen de voorscholen
die het eerst (in 2000) zijn begonnen met de invoer van een voorschoolprogramma laten
hoopvolle resultaten zien, in het bijzonder bij de toetsscores voor begrijpend
lezen. Het beeld bij de voorscholen die in latere jaren met een vve-programma zijn
begonnen, is minder gunstig. Bij begrijpend lezen laten hun leerlingen nauwelijks
verschil zien met de controlescholen en bij spelling en rekenen blijven ze zelfs wat
achter. Uit de gegevens blijkt dat bezoek aan een reguliere speelzaal of crèche even
nuttig is als deelnemen aan het programma in de peuterspeelzaal. Het is mogelijk dat
de later gestarte voorscholen nog te kort bezig zijn met de uitvoering van het vveprogramma
en meer tijd nodig hebben om het goed te implementeren. Dan zouden de
resultaten van de kinderen kunnen verbeteren, omdat er aanwijzingen zijn dat een betere
implementatie van de programma’s samengaat met betere onderwijsresultaten bij
de leerlingen.
Document type Report
Note Opdrachtgever: gemeente Rotterdam, afdeling JOS
Published at http://www.sco-kohnstamminstituut.uva.nl/pdf/sco803.pdf
Permalink to this page
Back