Mensen, macht en mentaliteiten achter prikkeldraad: een historisch-sociologische studie van concentratiekamp Vught (1943-1944)

Open Access
Authors
Supervisors
Cosupervisors
Award date 24-06-2011
Number of pages 413
Organisations
  • Faculty of Humanities (FGw) - Amsterdam Institute for Humanities Research (AIHR)
Abstract
Het Konzentrationslager Herzogenbusch, beter bekend onder de naam Kamp Vught, was van januari 1943 tot september 1944 in gebruik. Het grootste deel van de ongeveer 32.000 gevangenen die er voor kortere of langere tijd hebben vast gezeten, bestond uit Joden en mannelijke Schutzhäftlingen (politieke gevangenen). Verder was er een Frauenlager, een Geissellager, een Studentenlager en in de laatste maanden een Polizeiliches Durchgangslager. In totaal kwamen er meer dan 750 gevangenen om als gevolg van ontberingen of geweld. De geschiedenis van Kamp Vught was tot nu toe voornamelijk beschreven vanuit twee beperkte perspectieven, namelijk die van de joodse Funktionshäftlingen en die van de mannelijke Schutzhäftgevangenen. Hierdoor is er onvoldoende oog geweest voor de verscheidenheid van de ervaringen en belevingen van de verschillende groepen gevangenen. Op basis van egodocumenten, zoals dagboeken, contemporaine brieven, vroege herinneringsgeschriften, strafdossiers en latere memoires, trachtte Marieke Meeuwenoord deze lacune op te vullen. Eén van de centrale vragen in haar onderzoek was welke bedoeling de Duitse bezetter had met Kamp Vught. Hoewel er vraagtekens gezet kunnen worden bij het vaak genoemde begrip ‘Vught als modelkamp’, is zeker dat het Duitse bezettingsbestuur voor ogen had dat de kampleiding het kamp ordentelijk moest leiden, het gewelddadige optreden van de bewaking gematigd moest zijn en de levensomstandigheden voor de gevangenen relatief leefbaar. De kampcommandanten Chmielewski, Grünewald en Hüttig conformeerden zich in grote lijnen aan deze opdracht, waardoor Kamp Vught niet zoals in andere kampen een toonbeeld was van gewelddadigheid en moorddadigheid. Bovendien zag het bezettingsbestuur zich wegens personeelstekorten genoodzaakt tot het inzetten van Nederlands bewakingspersoneel, dat een dergelijke baan vaker uit opportunistische dan uit ideologische motieven aanvaardde. Doordat de Nederlandse bewakers en gevangenen dezelfde nationaliteit hadden en dezelfde taal spraken, bestond er een smallere kloof tussen de bewaking en de gevangenen.
Document type PhD thesis
Note Research conducted at: Universiteit van Amsterdam
Language Dutch
Downloads
Permalink to this page
cover
Back