Recht op islamitisch thuisonderwijs?
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2011 |
| Journal | Nederlands Juristenblad |
| Article number | 1702 |
| Volume | Issue number | 86 | 33 |
| Pages (from-to) | 2192-2197 |
| Organisations |
|
| Abstract |
De sluiting van het Islamitisch College Amsterdam (ICA) en het beroep van een groep ouders op vrijstelling van de leerplicht heeft de discussie over het thuisonderwijs doen oplaaien. Wanneer de ouders van het ICA vrijgesteld worden staat het hen immers vrij enkel koranles te geven. In de discussie over het thuisonderwijs zou niet de vraag voorop moeten staan of ouders recht hebben om hun kinderen thuis te onderwijzen, maar de vraag op wat voor soort onderwijs kinderen recht hebben. De belangen van het kind zouden immers de eerste overweging moeten zijn. Dit artikel betoogt dat de artikelen 28 en 29 van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind (VRK) het juiste kader zijn om de regeling inzake het thuisonderwijs te beoordelen. Kort gezegd kan thuisonderwijs onder omstandigheden een goede mogelijkheid zijn om het kind onderwijs te geven dat eerbied bijbrengt voor de ouders en voor de eigen culturele identiteit. Thuisonderwijs zal echter moeten worden onderworpen aan toezicht door de overheid om ervoor te zorgen dat ouders daadwerkelijk thuisonderwijs verzorgen en dat dit onderwijs het kind ook respect bijbrengt voor de waarden van het land waarin het woont en voorbereidt op het dragen van verantwoordelijkheid in een vrije samenleving.
|
| Document type | Article |
| Language | Dutch |
| Permalink to this page | |