De klachtplicht bij koop Een pleidooi voor inperking van het toepassingsbereik in het licht van het pacta sunt servanda-beginsel
| Authors | |
|---|---|
| Supervisors | |
| Cosupervisors | |
| Award date | 23-04-2021 |
| Number of pages | 499 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Dit proefschrift onderzoekt de onderzoeks- en klachtplicht van de koper in rechtsvergelijkend en historisch perspectief. De vraag die centraal staat is of het huidige toepassingsbereik in het Nederlandse recht gerechtvaardigd is door de door de wetgever gewenste bescherming van de verkoper tegen klachten omtrent non-conformiteit van de door hem geleverde zaken. Een analyse van het Duitse recht, het Weens Koopverdrag en de ontstaansgeschiedenis van de huidige Nederlandse regeling laat zien dat dit niet het geval is.
Het leerstuk van de klachtplicht van de koper is in het Nederlandse recht ontwikkeld in het kader van de (opkomende) handelskoop. Uit het onderzoek naar de internationale bronnen van inspiratie van de huidige wettelijke klachtplichtregeling van art. 7:23 lid 1 BW (te weten het Weens Koopverdrag en het Duitse handelskooprecht) blijkt dat deze systemen de klachtverplichting van de koper in een louter handelsrechtelijke verhouding plaatsen. Met de opname in het BW in 1992 is het toepassingsbereik van de klachtplicht aan de zijde van de koper ten opzichte van het oude recht als ook ten opzichte van het Weens Koopverdrag en het Duitse recht echter aanzienlijk verruimd: ook buiten de handelskoop vindt de regeling onverkort toepassing. Het feit dat een gedegen rechtvaardiging voor deze verruiming ontbreekt, maakt dat de inbreuk die het klachtplichtartikel maakt op het pacta sunt servanda-beginsel als primaire plicht van contractspartijen anders dan bij de handelskoop niet gerechtvaardigd is. In dit onderzoek wordt gepleit voor een perspectiefwisseling. Het uitgangspunt zou niet de koper moeten zijn, die zijn klachtverplichting verzaakt, maar de verkoper die tekortschiet. Bovendien moet de toepassing van de huidige Nederlandse regeling – zelfs binnen de handelskoop – beter aansluiten bij de handelsrechtelijke oorsprong ervan. Te denken valt hierbij aan de vergaande consequenties van een geslaagd beroep op de klachtplicht, de toepasselijkheid van de regeling in het geval van bedrog en de korte verjaringstermijn. |
| Document type | PhD thesis |
| Language | Dutch |
| Downloads | |
| Permalink to this page | |