Staatssecretaris - Financiën (nrs. 2015Z01630 en 2015Z04178: Antwoorden op Kamervragen over RVU-heffing)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2015 |
| Journal | NTFR. Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht |
| Article number | 1475 |
| Volume | Issue number | 2015 | 20 |
| Organisations |
|
| Abstract |
De staatssecretaris van Financiën heeft mede namens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Kamervragen beantwoord over de zogenoemde RVU-heffing (Regeling voor vervroegde uittredingen). Het betreft vragen van de leden Pieter Heerma en Omtzigt over het artikel ‘Werkgevers klagen over ‘straf’’ op sociaal plan’ (Kamerstukken II, 2014-2015, Aanhangsel nr. 2155) en vragen van het lid Bashir over vrijwillig vertrek versus gedwongen ontslag (Kamerstukken II, 2014-2015, Aanhangsel nr. 2156).
Het kabinet vindt het binnen het pallet (men bedoelt waarschijnlijk: palet) van arbeidsmarktmaatregelen niet wenselijk de RVU-heffing te versoepelen. Hierbij is ook van belang dat de RVU-heffing waarneembaar succesvol is gebleken. Vanaf de invoering van de maatregel in 2006 is de gemiddelde uittreedleeftijd gestegen van 61 jaar naar bijna 64 jaar (cijfer 2013). De ontmoedigende werking van de RVU-heffing heeft hier zonder twijfel aan bijgedragen. Versoepeling van de maatregel zou deze trend naar verwachting weer ombuigen. Dit dient voorkomen te worden. Kiest een werkgever er voor om met name ouderen uit te laten stromen, dan treedt de eindheffing voor RVU’s in werking en lopen de lasten, in overeenstemming met de bedoeling van de wettelijke maatregel, fors op. Het kabinet meent dat het huidige beleid - binnen de doelstellingen van de wet - voldoende mogelijkheden geeft bij ontslagrondes, waarbij het aanbieden van een vrijwillige vertrekregeling een onderdeel vormt. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://www.ndfr.nl/link/NTFR2015-1475 |
| Permalink to this page | |