Hof 's-Gravenhage (rolnummer 200.101.230/01, LJN BX0698: koude uitsluiting, natuurlijke verbintenis: criteria)

Authors
Publication date 2012
Journal Jurisprudentie personen- en familierecht
Article number 106
Volume | Issue number 2012 | 6
Pages (from-to) 543-547
Organisations
  • Faculty of Law (FdR)
Abstract
Partijen waren gehuwd met huwelijkse voorwaarden, inhoudende een scheiding van goederen (zgn. koude uitsluiting). De tweede woning, die deels was betaald met de overwaarde van de op beider naam staande eerste woning, is in de loop van het huwelijk verbouwd. De man verzoekt om teruggave van de door hem geïnvesteerde gelden. De vrouw is van mening dat de man met deze betalingen heeft voldaan aan een op hem rustende natuurlijke verbintenis, zodat er geen vergoedingsrecht bestaat.

Het hof is van mening dat er sprake is van een natuurlijke verbintenis. Het geeft aan dat daarvoor bepalend is het moment dat de prestatie wordt verricht. Het hof baseert zijn oordeel op de op dat moment aanwezige feiten en omstandigheden:

- de vrouw had niet de daarvoor benodigde middelen om de genoemde betalingen te verrichten;

- partijen hadden een traditionele rolverdeling sinds de geboorte van de kinderen voor wie de vrouw de zorg had;

- partijen voerden geen gescheiden boekhouding hetgeen voor de hand had gelegen als de vrouw - die zelf geen inkomen had - niet had moeten meeprofiteren van de genoemde prestaties van de man;

- de onderlinge welstand en behoefte van partijen.

Het hof komt tot de conclusie dat er sprake was van een natuurlijke verbintenis, zodat er geen sprake is van een vergoedingsrecht van de vrouw jegens de man.

Dit geldt ook voor de levensverzekering waarvan de man - zonder daartoe in de huwelijkse voorwaarden te zijn verplicht - ook de premies voor de vrouw heeft voldaan. Beide verzekeringnemers hebben recht op de helft van de waarde van de polis nadat de man opgehouden is de premies ervan te betalen.

Wat betreft de kosten van de auto: vast staat dat deze destijds is aangeschaft in het belang van het gezin. Het hof is van oordeel dat alle kosten, ook de aanschafkosten, kosten der huishouding zijn, welke op grond van de huwelijkse voorwaarden geheel door de man dienden te worden gedragen aangezien de vrouw geen inkomsten genoot. Dat heeft wel tot gevolg dat de man gerechtigd is tot de restwaarde van de auto. Dat de auto op naam van de vrouw staat, doet daar niet aan af. De vrouw dient aan de man de restwaarde ten tijde van de peildatum te vergoeden.
Document type Case note
Language Dutch
Published at http://opmaatnieuw.sdu.nl/link/JUR/JPF/2012/106
Permalink to this page
Back