HR (zaaknr. 13/00280: herinvesteringsreservelichaam, herinvestering in zelfde boekjaar, boekwaarde-eis)

Authors
Publication date 2014
Journal BNB : Beslissingen in Belastingzaken
Article number 174
Volume | Issue number 2014 | 16
Organisations
  • Faculty of Law (FdR) - Amsterdam Center for Tax Law (ACTL)
Abstract
Belanghebbende heeft in de periode van 1 januari tot 15 september 2008 haar onroerend goed vervreemd. Op 18 december 2008 heeft zij van Beheer BV een aandeel van 5% gekocht in de Duitse onroerendgoedvennootschap L. De koopprijs is belanghebbende schuldig gebleven. Op 23 december 2008 is een koopovereenkomst van aandelen getekend op grond waarvan de aandelen in belanghebbende aan Beheer BV worden overgedragen. Op 24 december 2008, om 14.10 uur is belanghebbende een koopovereenkomst aangegaan waarbij zij onroerend goed van Beheer BV of een dochter- of zustervennootschap daarvan, heeft aangekocht. Op diezelfde dag is om 14.25 uur de akte van levering van de aandelen getekend. Op 31 december 2008 is de akte van levering van de op 24 december 2008 gekochte onroerende zaken getekend. Belanghebbende wenst ter zake van de vervreemdingswinst een herinvesteringsreserve (HIR) te vormen, welke zij wil afboeken op de in hetzelfde jaar gedane herinvesteringen. De Inspecteur heeft de HIR op grond van art. 12a Wet VPB 1969 aan de winst toegevoegd. Het Hof is ervan uitgegaan dat een HIR pas aan het einde van het boekjaar kan worden gevormd en dat daarom niet wordt toegekomen aan de toepassing van art. 12a.
HR: Ook bij herinvestering in hetzelfde boekjaar is sprake van vorming en daarop volgende aanwending van een HIR. Indien de belastingplichtige heeft beslist een HIR te vormen, moet deze worden geacht te zijn gevormd op het moment waarop de vervreemdingswinst zonder vorming van een HIR in aanmerking had moeten worden genomen. De HIR wordt dan geacht te zijn afgeboekt op de aanschaffingskosten op het moment dat de herinvestering plaatsvindt. De HIR had, gezien de letterlijke tekst van art. 12a Wet VPB 1969, aan de winst moeten worden toegevoegd voor zover het de op 24 december 2008 gekochte onroerende zaken betreft. Dat geldt niet voor het op 18 december 2008 verkregen belang in L. De duidelijke tekst van art. 12a kan niet opzij worden gezet met een beroep op een ruimere ratio van de bepaling. De zaak wordt verwezen om te onderzoeken of met betrekking tot dit belang is voldaan aan de zogenoemde boekwaarde-eis.
Document type Case note
Language Dutch
Published at http://deeplinking.kluwer.nl/?param=00C7360B&cpid=WKNL-LTR-Navigator
Permalink to this page
Back