Advanced modelling in haemodynamics
| Authors |
|
|---|---|
| Supervisors |
|
| Cosupervisors |
|
| Award date | 18-06-2024 |
| ISBN |
|
| Number of pages | 149 |
| Organisations |
|
| Abstract |
In dit proefschrift hebben we de bloeddruk en de bijbehorende golfvorm geëvalueerd, op zoek naar de extra informatie die hierin zit. Afgezien van de veelgebruikte parameters (gemiddelde, systolische en diastolische bloeddruk), zit in de bloeddruk golfvorm veel meer informatie die wat zegt over de cardiovasculaire status van de patiënt. Zo kan de arteriële weerstand beschreven worden met de polsdruk of de dicrotic notch, terwijl de interbeat-interval informatie bevat over het autonome zenuwstelsel. De ejectiefractie van het linker ventrikel hangt nauw samen met de hartfunctie en kan indirect worden afgeleid uit de bloeddrukgolf. De myocardiale contractiliteit wordt bepaald aan de hand van de maximale snelheid van de systolische opwaartse slag. Door het combineren van deze bloeddruk parameters met andere hemodynamische parameters kunnen andere (cardiovasculaire) fysiologische mechanismen worden beoordeeld. Zo kan de baroreflex gevoeligheid worden bepaald op basis van de veranderingen tussen de interbeat-interval en systolische bloeddruk, terwijl de dynamische cerebrale autoregulatie wordt berekend met de gemiddelde cerebrale bloedstroom snelheid en de arteriële bloeddruk.
In Deel I werd een accurate methode geïntroduceerd waarmee zowel de radiale als brachiale bloeddruk kan worden afgeleid van een niet invasief gemeten vinger bloeddruk. Met deze niet invasief gemeten brachiale bloeddruk werd een geautomatiseerd classificatiemodel ontwikkeld, die onderscheid kan maken tussen hemodynamisch stabiele en instabiele patiënten. Dit draagt bij aan onderzoek naar post-inductie hemodynamische instabiliteit, de risicofactoren en de preventie ervan. De morfologie van de bloeddrukgolf werd verder onderzocht in Deel II, waar de relatie tussen bloeddruk parameters en aortaklepstenose werd onderzocht. Een correlatie tussen deze parameters en een toename in de kwaliteit van leven na aortaklepimplantatie werd niet gevonden. Er werd echter wel een succesvol proof-of-concept model geïntroduceerd, waarbij aortaklepstenose gedetecteerd kon worden op basis van bloeddruk parameters. Tot slot hebben we in Deel III het effect van langdurige hypotensie op de cerebrale autoregulatie en de interactie tussen systemische en cerebrale vasculaire weerstand onderzocht. |
| Document type | PhD thesis |
| Language | English |
| Downloads | |
| Permalink to this page | |