HvJ EU (rolnr. C-562/13: Centre public d’action sociale d’Ottignies-Louvain-la-Neuve tegen Abdida: Subsidiaire bescherming, Refoulementverbod, Terugkeer, Beroep in rechte met schorsende werking, Ziekte, Waarborgen in afwachting van terugkeer, Elementaire levensbehoeften, Grote Kamer)

Authors
Publication date 2015
Journal EHRC. European Human Right Cases
Article number 50
Volume | Issue number 2015 | 3
Organisations
  • Faculty of Law (FdR) - Amsterdam Center for International Law (ACIL)
Abstract
Abdida, afkomstig uit Nigeria, heeft in België een verzoek om een machtiging tot voorlopig verblijf ingediend, waarin hij aanvoerde dat hij ernstig ziek was, maar dat verzoek is afgewezen. De Belgische rechter vraagt of een ingesteld beroep tegen een uitzettingsbevel de uitzetting hangende het beroep moet opschorten en of gedurende de procedure medische hulp en sociale bijstand moet worden verschaft. Het HvJ EU wijst erop dat deze zaak, anders dan M’Bodj, geen betrekking heeft op de eigenlijke internationale bescherming, maar op de legitimiteit van uitzetting en de schorsende werking van een procedure tegen een uitzettingsbevel. Daarom is op de zaak Richtlijn 2008/115/EG (Terugkeerrichtlijn) van toepassing. Deze moet daarbij worden uitgelegd in overeenstemming met art. 47 Hv en het verbod van refoulement van art. 19 lid 2 Hv. Deze bepalingen moeten in overeenstemming worden uitgelegd met de rechtspraak van het EHRM over uitzetting en art. 3 EVRM, m.n. N. t. VK. Bovendien moet de rechtspraak van het EHRM over de verplichting tot een effectief rechtsmiddel met schorsende werking onder art. 13 EVRM in acht worden genomen. Dit betekent dat er een schorsende werking van een procedure tegen een besluit tot uitzetting moet uitgaan als bij uitzetting sprake zou zijn van een ernstig risico op ernstige en onomkeerbare verslechtering van de gezondheidstoestand. Als iemand bovendien niet over de middelen beschikt om in zijn eigen onderhoud te voorzien, moet ervoor worden gezorgd dat dringende medische zorg en de essentiële behandeling van ziekte daadwerkelijk worden verstrekt tijdens de periode waarin iemands beroep nog aanhangig is. Ook zijn lidstaten verplicht om in die periode te voorzien in de elementaire levensbehoeften.
Document type Case note
Language Dutch
Published at http://opmaatnieuw.sdu.nl/link/JUR/EHRC/2015/50
Permalink to this page
Back